Foto artikel 13 juni 2018 #overheidincontact

Een betere verbinding door samen het netwerk te duiden

mmGeplaatst door

Veel gemeenten hadden de afgelopen collegeperiode veel aandacht voor de veranderende relatie tussen overheid en inwoners. Ze zochten naar manieren om beter aan te sluiten bij de energie in de samenleving, kortom een meer verbindende bestuursstijl. Grootse ambities met heel wisselende ervaringen. Netwerkanalyse en -visualisatie kunnen komende jaren goed helpen bij de (door)ontwikkeling van passender instrumenten, processen en vaardigheden. Daarbij is vooral de duiding van het netwerk een niet te onderschatten tweede stap. En die leidt eerder tot de gewenste veranderingen als je dat samen met de betrokkenen doet. In dit artikel leg ik je uit hoe je de stap kunt maken van een kwantitatieve analyse naar een – gezamenlijke – kwalitatieve duiding.

Aan de bestuurlijke wensen om ‘meer te doen met de samenleving’ ligt een fundamentele gedachte ten grondslag, namelijk dat alles met elkaar samenhangt in een groots sociaal netwerk. Een netwerk waarin de overheid niet langer de bepalende kracht is, maar één van de vele actoren die in interactie met alle andere actoren mede invulling geeft aan wat het netwerk is en wordt. Dat netwerk bestaat uit onder andere bestuurders, ambtenaren, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Die, soms wel en soms ook niet, iets met elkaar willen of kunnen doen. Afhankelijk van een politiek-bestuurlijke kans, ambtelijk-maatschappelijke persoonlijke chemie en maatschappelijke reuring zoeken deze actoren elkaar op of sluiten elkaar uit.

Netwerkanalyses helpen het netwerk te doorgronden

Voor gemeenten ligt er de komende jaren een grote uitdaging om die netwerkdynamiek beter te leren doorgronden. Ze moeten op zoek naar mogelijkheden om de dynamiek te duiden en zo mogelijk te voorspellen. En naar instrumenten, processen en vaardigheden om de gewenste verbindende rol in het netwerk te vervullen. Het maken van netwerkanalyses kan daaraan een bijdrage leveren.

Netwerkanalyses komen voort uit de sociologie en antropologie. Het basisidee is dat actoren met andere actoren verbonden zijn op basis van bijvoorbeeld afstamming, vriendschap, of lidmaatschap van een organisatie. De afgelopen jaren worden netwerkanalyses steeds vaker ingezet, vooral op basis van online interacties – denk aan likes, volgers en verwijzingen. Zo’n analyse van netwerkstructuren geeft meer inzicht in bijvoorbeeld de omvang van het netwerk, de hechtheid, de aanwezigheid van beperkt aantal zeer dominante actoren (polarisatie) en het bestaan van clusters van actoren.

Daarnaast geven netwerkanalyses inzicht in de verschillende rollen van de actoren. Zo kan een actor een heel centrale rol vervullen in een relatief gesloten cluster, een marginale rol spelen aan de rand van het netwerk, of juist een belangrijke verbindende schakel zijn tussen twee losstaande clusters. Het spreekt vanzelf dat juist dit soort sociologische inzichten een bijdrage kunnen leveren aan het ontwikkelen van een eigen netwerkstrategie, met een daarin passende eigen rol en de organisatorische – en communicatieve interventies die bijdragen aan het realiseren van die rol.

Wat heb je nodig voor een goede netwerkanalyse?

Om een goede netwerkanalyse te kunnen maken heb je uiteraard gegevens nodig. Deze zul je meestal zélf moeten verzamelen. Dat vraagt allereerst om een duidelijke vraagstelling en afbakening. Wat wil je precies in kaart brengen en waarom? Gaat het om domeinspecifieke netwerken –  denk aan zorg, leefbaarheid, veiligheid, etcetera – of juist om een meer generiek beeld van de ‘burgerkracht’ in een dorp of gemeente? Wat je ook kiest, je zult gegevens moeten gaan verzamelen over de relaties van allerlei actoren zoals bestuurders, ambtenaren, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. Dat kun je op verschillende manieren doen:

  • De gemeente Krimpenerwaard koos voor een combinatie van interviews en een survey en kreeg zo een vrij compleet beeld van alle samenwerkingsrelaties van organisaties in het sociaal domein. De gemeente ontdekte veel organisaties die nog niet op het netvlies stonden. Tegelijkertijd werkte ze aan het opbouwen van warme relaties met deze organisaties.
  • Andere overheden richten de aandacht op het ambtelijke netwerk, in het kader van ‘organisatieontwikkeling’. Zij gebruiken een survey of organiseren een werksessie waarin ze met geeltjes of LinkedIn-exports bestaande en gewenste netwerkcontacten in kaart brengen.
  • In plaats van zelf nieuwe gegevens te verzamelen, loont het soms ook om gebruik te maken van al eerder verzamelde datasets. Denk aan leefbaarheidsonderzoeken waarin bijvoorbeeld – misschien al meerdere jaren – gevraagd wordt naar betrokkenheid van inwoners bij lokale organisaties (‘Bent u lid van…?’).

 

Illustratie geanonimiseerd netwerk

Deze illustratie toont het (geanonimiseerde) netwerk van één dorp met inwoners (genummerde bolletjes) en hun lidmaatschap (de lijntjes) van lokale organisaties (eveneens bolletjes maar dan met leesbare naam van de organisatie). Organisatiebolletjes zijn groter als er meer inwoners lid van zijn. Alleen al eenvoudige netwerkplaatjes op basis van lidmaatschap van lokale organisaties zoals hier afgebeeld, bieden een waardevolle basis voor nadere duiding van de aard van het lokale sociale netwerk en de (verbindende) rol van inwoners en organisaties daarin.

Stel de juiste vragen om het netwerk te duiden

Een netwerk heeft geen objectieve betekenis, de betekenis is afhankelijk van zijn context. Duiden doe je door te kijken welke actoren en relaties opvallen.

  • Wie hebben een omvangrijk en/of ‘breed’ netwerk en is dat dan positief of negatief?
  • Wie zijn ‘verbindende’ schakels tussen verder weinig verbonden actoren en vervullen zij die rol ook?
  • Hoe ‘passend’ is het netwerk voor dat waaraan het netwerk een bijdrage moet leveren?
  • Zijn er onwenselijke actoren en/of relaties en waarom zijn die dan onwenselijk?
  • Welke veranderingen – meer, minder of andere actoren en/of relaties – zijn nodig om het netwerk nog ‘passender’ te maken en wat zou het effect daarvan zijn?
  • Wie en wat is er nodig om die gewenste veranderingen te kunnen realiseren en is daar wel voldoende ruimte voor?

De mogelijkheden om te duiden worden uiteraard vele malen groter – en complexer – als je in staat bent om aanvullende informatie te verzamelen over de betrokkenheid van inwoners bij andersoortige lokale en boven-lokale actoren zoals bestuurders, bedrijven en fondsen, de mate waarin ze zich zelf betrokken voelen, of een nadere uitsplitsing van het soort betrokkenheid – zijn ze lid, vrijwilliger, donateur, etcetera. Die vragen moet je niet alleen zien in het licht van opgedane ervaringen, maar juist ook voor de ambities voor de toekomst.

Doe het duiden samen – voor een sterkere verbinding

Het verzamelen van netwerkinformatie en maken van een netwerkanalyse en -visualisatie is uiteraard niets meer maar ook niets minder dan een eerste stap. De duiding ervan en doorvertaling naar concrete vervolgstappen is een niet te onderschatten tweede stap. Duiding van de wenselijkheid van de aard van het netwerk en mogelijkheden om bepaalde gewenste veranderingen te realiseren, is een zuiver kwalitatieve exercitie die alleen goed kan worden gedaan als de betrokkenen daar zelf ook een actieve rol in spelen.

En dat is precies wat de gemeente Krimpenerwaard heeft gedaan. Ze voerde met de sector samen een discussie over de betekenis van verschillende netwerkplaten. Ze verkenden samen de zichtbare organisaties en hun samenwerkingen. Soms verraste het dat sommige organisaties veel met elkaar samen werken, terwijl andere zo los aan de rand staan, en soms was het juist de verrassing dat een organisatie in de netwerkplaat voorkwam, of juist niet. Diverse werkgroepen hebben vervolgens hun beleving van de netwerkvisualisaties verder verkend. Zo’n gezamenlijke verkenning in het licht van de eigen ervaringen en ambities is cruciaal om uiteindelijk bij het netwerk passende instrumenten, processen en vaardigheden te kunnen formuleren om bepaalde veranderingen te kunnen realiseren. Op die manier vullen kwantitatieve en kwalitatieve methoden elkaar prachtig aan. De ontwikkeling van een netwerkstrategie zelf wordt zo een participatief traject, waarmee het al in aanvang in daad aansluit bij de ambitieuze bewoording in het collegeprogramma.

mm

Arnout is eigenaar van het bureau DUiDT. Als verkenner van de (online) netwerksamenleving is DUiDT de begeleider van innovatieve vormen van burgerparticipatie en overheidsparticipatie, onderzoeker van maatschappelijke dynamiek en stimulator van ambtelijke en bestuurlijk lef om daadwerkelijk nieuwe stappen te durven zetten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.