Foto artikel 20 december 2017 #overheidincontact

Het gebeurt in de tussenheid

mmGeplaatst door

Door de bijdragen op dit platform slingert een spannend lint: het draait bij publieke opgaven steeds minder om wat er gebeurt bij de overheid of bij burgers en ondernemers, maar om wat tussen hen in ontstaat en tot ontwikkeling komt. De tussenheid maakt het verschil, waar verschil er mag wezen.

Misschien was de bijdrage van Carola de Vree wel de wake-up call, waarin ze de betekenis van communicatie beschrijft voor de voorbereiding op de Omgevingswet. Die ingrijpende set nieuwe regels die op stad en land afkomt. Is het niet logisch in te zien wat burgers nodig hebben om te kunnen schitteren? Aan de hand van ervaringen in Delft en Zwolle beschrijft ze hoe in een gemeenschap nieuwe bronnen van probleemoplossing kunnen ontstaan met niet a priori de gemeente in een hoofdrol.
Viel het kwartje door de bijdrage van Peter Knoers over het ontstaan van common ground bij het tegengaan van mestoverschotten in Noord-Brabant? Een nieuwe coalitie ontstond, waarin werd doorgepakt, met verwarring en verlegenheid in de politieke arena: laten we dit gebeuren, wat is onze rol nou?
Of was het de verhandeling van Marije van den Berg over democratische vernieuwing, met die frase over de gretige omarming van het idee van een loting? Het gaat niet om de loting, maakt ze duidelijk, maar om de mate waarin betrokkenen erin slagen elkaar te bereiken, te begeesteren en ook te bekritiseren.

Ik beperk me tot deze selectie om duidelijk te maken hoezeer dit platform voor vernieuwers iets verrassends openbaart: er is een worsteling én er is een perspectief. De worsteling laat zien hoe vanuit twee invalshoeken moeite wordt gedaan om elkaar te bereiken.
Aan de ene kant zien we overheidsorganisaties zich meer en meer beijveren om eerder/beter/pakkender de samenleving op te zoeken, van buiten naar binnen te denken en doen en luisteren te zien als meer dan ‘Ik hoor wat je zegt’. En aan de andere kant zien we burgers, ondernemers en andere maatschappelijke initiatieven in de weer om aandacht te krijgen, invloed, massa en macht te verwerven. Het perspectief schuilt in de veelheid aan kleine coalities, coöperaties en andere tijdelijke werkbare overeenkomsten die ontstaan (het begrip is van Andre Wierdsma): ook al is het maar even –en vaak geconcentreerd rond een concrete opgave. Daarna dooft het vuur soms zomaar.

Maakbaarheidsdrang

Zouden we in 2018 die twee organisatorische uitersten van overheid en burgers als bouwsteigers kunnen wegklappen en de aandacht eens grondig richten op wat zich tussen hen ontwikkelt? Ik geef toe, als je pakweg dertig jaar bij de overheid werkt zoals ik, is het verdraaid lastig om het bestuur, het programma en de instrumenten weg te denken, of even op te schorten. En juist daarin schuilt het verschil tussen worsteling en perspectief.
Zo schrok ik toen ik in de eerste platformbijdrage een verwijzing naar mijn Galjaardlezing uit 2012 terugzag, waarin ik alle ballen gooide op het vermogen van overheidsdienaren tot contact. Begrijp me goed, natuurlijk is contact maken heel belangrijk, maar er zoemt een zelfreferentiële ondertoon in die tekst door: ik zal als overheid wel even zorgen dat ‘we’ met elkaar in gesprek zijn. Daartoe zal ik –als overheid– beter luisteren, andere woorden gebruiken, meer beelden inzetten, me kwetsbaarder opstellen… Hoe kom ík beter over… Het is dezelfde maakbaarheidsdrang die in een begrip als ‘doelgroep’ zit; zodra je dat woord bezigt zie je de ander als afnemer, consument, uitvoerder, klant.

Inter-esse

De focus op de organisatie van waaruit je werkt –c.q. het algemeen belang, de urgentie van een opgave vanuit jouw rol en taak– draagt het gevaar in zich dat je niet ziet wat zich werkelijk tussen mensen afspeelt en per saldo het gezag daadwerkelijk zou kunnen bepalen. Het is eigenlijk de spiegel van wat we burgers en ondernemers verwijten dat ze louter vanuit het eigen belang redeneren. Dat is het punt wat ik in deze korte reflectie wil maken.
Ik lees in de bijdragen op Overheid in contact een kriebelende roep om dat nieuwe tussen te snappen. En dat begint bij het ont-snappen aan je eigen vertrekpunt, je eigen gedrag en vervolgens ruimte te maken voor wat zich afspeelt tussen de mensen die er toe doen. Onder meer Hannah Arendt zette mij afgelopen tijd op dit spoor met haar boek De menselijke conditie . Pakweg zestig jaar geleden nam zij waar hoe nieuwe technologieën opkwamen. Hoe voorkom je nou, vroeg zij zich af, dat je die technologie louter opvat als instrument, om iets te ‘maken’? Wat ons mensen uniek maakt, is dat we niet alleen iets maken maar ook kunnen ‘handelen’: kenbaar maken wat je vindt, openbaren, delen met anderen wat je overweegt, betwijfelt en voor mogelijk houdt en daarop reflecteren. Omdat en zolang we denken, zijn we in staat tot inter-esse: letterlijk er tussen zijn.

Van wie is deze opgave?

Ik lees de hunkering naar inter-esse in zoveel platformbijdragen en besef meteen hoe we op de hielen worden gezeten door de profeten van de bedrijfsvoering met hun planning & control, kritische succesfactoren en kwaliteits-prestatie-indicatoren. New public management  staat voor wat Arendt vreesde: handelen teruggebracht tot denk-arm maken.
In de bijdragen op dit platform zie ik vrijwel alle auteurs expliciet afstand nemen van die dominantie van systemen, modellen, los willen komen… En tegelijkertijd proef ik ook hoe verleidelijk het is om terug te vallen in de maakstand.
Vijftien jaar geleden stond ik mede aan de wieg van Factor C, waarvan het de bedoeling was om overal in de organisatie het denken over beleidsvorming te verrijken met vragen als van wie is de opgave die op je bordje ligt? Op hoeveel plekken is het gedachtegoed niet als een model of stappenplan opgevat: ‘Kun je een kernboodschap maken zonder een krachtenveldanalyse, wat vind jij?’.

Complexe opgaven vragen om een meervoudige blik: Dave Snowden bracht dat raak onder woorden met het Cynefinmodel. En een meervoudige blik vraagt niet om een iemand die een model toepast, maar om iemand die kan handelen, vanuit inter-esse, die tussen de mensen staat.
Dan zie ik in een flits een burgemeester een wijk in fietsen, waar bewoners boos bijeen zijn om de onverwachte huisvesting van een ex-zedendelinquent. In de maakstand probeert hij uit te leggen waarom de opvang nodig is, wat het stadsbestuur beweegt en wat in termen van democratische meerderheden ‘dus’ gaat gebeuren. In de handelstand zien we hem beseffen dat het gezag zich niet boven maar tussen de mensen bevindt en ter plekke moet worden verworven. Dialogisch gezag, in de letterlijke betekenis van dia-loog: door-zien. Niet gericht op samen vriendjes worden, maar op het delen van wat er toe doet. Ook de kaders. En ook betwiste besluiten. De volgorde lijkt omgedraaid, bekende de burgemeester: ‘je bent eerst hoeder, dan magistraat’.
Steeds vaker sta je er eerst tussen, en dan pas er boven. Hoe heb je en hou je de vele denkbare factoren in het snotje: de historie van de relatie tussen de burgemeester en de inwoners, eerdere afspraken, aandacht en successen over en weer. Hoe verdiep je de verschillen en spreek je de onderliggende waarden aan die betekenis hebben, en –misschien tijdelijk– een nieuwe gedeelde kijk opleveren. Els van der Pool en ik bestuderen manieren van ‘waarderend communiceren’ bij omstreden opgaven en bundelden eerder dit jaar inzichten en ervaringen in ‘Halte ongemak’ (pdf).

Dialogisch gezag

Het is een geweldige uitdaging om te ontdekken hoe mensen elkaar kunnen vinden en opgavegericht, ad hoc en on the spot dialogisch gezag te realiseren –en hoe ze dus ook weer kunnen opbreken. Hoe komt het dat de laatste tijd juist tijdelijke troeven zo succesvol blijken?
Misschien dankt het scrummen zijn populariteit aan de ruimte voor degenen die zich een specifieke opgave toe-eigenen, om kort op de bal te blijven en van resultaat naar resultaat te sprinten. Blockchain trekt aan door het vermogen om rond een vraag data te helpen klonteren. De opmars van ‘buitenboordmotoren’ (taskforces buiten de lijn) maakt duidelijk hoe kleine teams onder leiding van een boegbeeld en om te beginnen een samenstelling die op eigenaarschap berust, een klus klaren. ‘Het gaat om organiseren, niet om organisaties’, noemde  communicatiewetenschapper Mark van Vuuren dat laatst raak.
Communicatie-afdelingen hebben de zorg hiervoor jarenlang overgenomen van hun collega’s en maken zich nu verdienstelijk door bestuurders en ambtelijke collega’s te faciliteren met kennis en capaciteit op het vlak van gedrag, keuze van kanalen en benutting van werkvormen voor ontmoeting, verwoording en visualisatie; Renata Verloop heeft daar enkele rake aanbevelingen voor gedaan.

Dankjewel platformauteurs en reageerders voor de manifestatie van het nieuwe tussen. Wat een avontuur! Vertel meer, over hoe je inter-esse verder kunt brengen, hoe je die bijna onmogelijke bonding met je eigen organisatie kunt opschorten voor een verrassende bridging, hoe je kralen van tijdelijke overeenkomsten kunt rijgen tot een ketting, om vertrouwen te verlengen en dialogische gezag te bestendigen.
Toen het SCP in het Continu Onderzoek Burgerperspectieven eerder dit jaar het publiek ondervroeg, bleek dat burgers niet zozeer weinig vertrouwen hebben in instituties (dat is al jaren het geval); krachtig kwam naar voren hoezeer mensen vertrouwen toekennen aan elkaar. Wie zijn die ‘elkaar’, hoe vormen die tijdelijke gemeenschappen zich en, vooruit dan, vanuit de overheid geredeneerd: in welke mate wordt het openbaar bestuur er een plekje in gegund? Er is veel meer tussenheid dan we weten. Dat wordt uitpakken, in 2018.

De foto  is gemaakt door Sebastiaan ter Burg tijdens een discussie-avond op 15 januari 2014 over de toekomst van Leidsche Rijn Centrum– CC BY 2.0.

mm

Guido werkt als adviseur communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst. Promoveerde in 2012 op hoe je als ambtenaar kunt omgaan met tegenspel (‘Genieten van weerstand’). Verdiept zich in de essentie van ‘waarderend communiceren’ bij (publieke) botsingen (www.dewaardering.com)

Eén reactie

  1. Heerlijke artikels, dankuwel Guido, Marije, Renata & co! En hopelijk kunnen we dat New Public Management in 2018 èindelijk helemaal onder de grond steken (feestelijk begraven), en wat meer inzetten op onze organisaties optimaal laten luisteren (cf. Jim Macnamara 2015) en structureel in de rechterkolom handelen van de twee illustraties hier: https://toecomst.wordpress.com/2017/12/08/weten-is-nog-geen-doen/

    Ik vind het zeer mooi om te zien hoe er ook in de trendrapportage van de Nederlandse Rijksoverheid maar net zo goed in de publicaties van de WRR of Rathenau meer aandacht komt voor overheidsoptreden en democratie op mensenmaat, ontbubbelen en wat ik dan maar “slimme schuring” heb gedoopt.

    Interessant ook om hier “tussenheid” te lezen. Participatie-expert Filip De Rynck (UGent), dan weer, heeft het graag over “de tussenruimte”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.