Ontwerp plein gemaal Mercator

Hoe betrokken bewoners en aarzelende ambtenaren samen een Amsterdams plein realiseerden

Geplaatst door

Vorige week publiceerden we op dit platform een verhaal over het eerste ‘maatschappelijk initiatief’ in Amsterdam; “Wanneer jij als overheid de buurt wil zien, moet de buurt jou zien”. Een samenwerking rond de vernieuwing van een verwaarloosde plek in Amsterdam bij een rioolgemaal annex transformatorhuis, een stinkende plaskrul en verwilderd openbaar groen. Zo’n maatschappelijk initiatief brengt nieuwe vormen van werken en communiceren met zich mee. En dat is wennen. Voor alle betrokken partijen. Deze week lees je hoe het nieuwe ontwerp voor het plein rond het nutsgebouw Mercator met vallen en opstaan werd gerealiseerd. Een verhaal over miscommunicatie en irritaties, maar ook over verrassingen en mooie, gedragen oplossingen.

Waar liepen we tegen aan in dit project?

De gemeente Amsterdam wil het ‘maatschappelijk initiatief’ stimuleren, in dit geval een vorm van co-creatie.  Je leest er meer over op de website van de gemeente Amsterdam – toegegeven niet de meest toegankelijke of informatieve webpagina van de gemeente. Voor een ‘gewone burger’ is het eigenlijk niet te doen om zo’n traject te starten en vol te houden. Je moet een beetje de taal van de ambtenaar kunnen spreken, of toch in elk geval kunnen verstaan. En een hele lange adem hebben. Wat het in dit geval extra uitdagend maakte, waren de vele partijen waarmee we als initiatiefnemers te maken kregen. Van het stadsdeel tot de verschillende gemeentelijke diensten en van Waternet tot Liander, die samen het nutsgebouw gebruiken.

We wilden bovendien niet in onze creatieve vrijheid worden beperkt door automatismen uit het ontwerpproces van de gemeente. Want die zorgen er voor dat elke straat er vrijwel hetzelfde uit komt te zien na een herprofilering. Waarschijnlijk omdat de gemeente zó ontwerpt, dat de prijs per vierkante meter precies binnen het budget past. Een makkelijke en zekere vorm van ontwerpen vanachter de tekentafel. Wij wilden de bewoners uitdagen met ideeën en wensen te komen en zélf een ontwerper inhuren om een gedragen voorstel te ontwikkelen . En we wilden buiten de lijntjes kunnen kleuren. Dat is soms gelukt en soms niet.

We zijn nu bijna drie jaar bezig met dit project. We zijn in onnoemelijk veel situaties terecht gekomen van miscommunicatie en lichte irritaties, maar ook van verrassingen en mooie gezamenlijke oplossingen. Het gaat te ver om die allemaal te benoemen, hierna volgt een selectie. Ze zijn wat anekdotisch, maar illustreren samen goed hoe privatisering, gemeentelijke werkverdeling en onduidelijkheid over gemeentelijke voorschriften in de praktijk zorgen voor miscommunicatie en vertraging.

Eigenaarschap – van wie is het nutsgebouw?

Voordat de ontwerper aan de slag kon, moesten we antwoorden vinden op vragen als; wat is het exacte plangebied, wat kan of moet er weg, wat kan of moet blijven staan en wat is van wie? Allemaal vragen die op het eerste gezicht eenvoudig lijken, maar het vinden van de antwoorden kostte in de praktijk veel tijd.

Neem het nutsgebouwtje. Zowel Liander als Waternet wisten niet wie de eigenaar van dit object was. Op het moment dat de kosten voor de renovatie ter sprake kwamen keken beide partijen naar elkaar. Vroeger was het simpel: alles viel onder de gemeentelijke nutsbedrijven. Maar bij de privatisering zijn alle nutsgebouwen onder de partijen verdeeld. Zonder heldere eigendomsregistratie.

Nóg een project – hoe kan dat?

Midden in de ontwerpfase kwam opeens het bericht dat de gemeente de Mercatorstraat ging herinrichten. De straat waar ook ons projectgebied onderdeel van uitmaakt, tenminste dat dáchten wij. Onze eerste verbaasde reactie was: “Waarom horen we dat nu pas? Waarom wisten de ambtenaren met wie wij praten hier niet van? Het kan toch niet zo zijn dat de gemeente niet al veel eerder wist dat de Mercatorstraat op de schop zou gaan?” Voor de gemeente blijkt er echter een groot verschil te bestaan tussen de straat, de stoep en het groen. In de beleving van buurt, bewoners en gebruikers is dat allemaal één. Bij de gemeente niet.

Met dit gegeven stonden we voor een dilemma. Gaan we samen met de gemeente optrekken in ontwerp, planning en realisatie, of houden we vast aan ons eigen proces? Als we samen zouden werken zou de planning van de gemeente leidend zijn. Voor ons totaal onrealistisch, we zaten immers nog in de ontwerpfase. Wij hebben daarom de gok genomen dat de gemeentelijke planning uit zou lopen en de uitvoering van beide projecten ongeveer op hetzelfde moment zou kunnen starten. En zo is het ook gegaan. Op de grens van de projectgebieden hebben onze ontwerper en die van de gemeente de ontwerpen zoveel mogelijk op elkaar aan laten sluiten. Bovendien hebben we in óns project veel materialen van de Mercatorstraat kunnen hergebruiken. Zo is in het plein maar liefst driehonderd vierkante meter oude straatklinkers verwerkt. Negenhonderd afgedankte trottoirtegels kregen een nieuwe bestemming in de watertrap.

Losloopgebied voor honden – rooster of hek?

Een strook langs de Jan van Galenstraat tot aan het gemaal is jaren geleden door de gemeente aangewezen als losloopgebied voor honden. Om te voorkomen dat loslopende honden de straat op rennen was het gebied oorspronkelijk afgezet met hekken, hagen en roosters. Maar die afzetting was al jaren zo lek als een mandje. In ons ontwerp wilden we het losloopgebied sluitend maken door het oorspronkelijke ‘wildrooster’ te verplaatsen. Zo’n rooster houdt de ruimte visueel open en honden willen er niet overheen lopen.
Bij toetsing van het ontwerp gaf de gemeente aan dat de roosters niet meer gebruikt worden omdat ze rolstoelonvriendelijk zijn. Op advies van de gemeente hebben we het rooster vervolgens uit het ontwerp gehaald. Het losloopgebied was daarmee nog steeds niet gesloten, maar ons ontwerp werd daarmee wél eenvoudiger, mooier en goedkoper. En gesloten was het terrein al jaren niet meer, door de gaten in de haag en in het hek.

      

De zaak leek daarmee beklonken. Tot het moment dat een hondenbezitter tijdens de aanleg van het plein de gemeente erop aansprak dat het losloopgebied ‘niet meer’ sluitend was. Deze ene melding was voor de gemeente reden genoeg om ons op te dragen het ontwerp aan te passen en alsnog een wildrooster te plaatsen. De rolstoelvriendelijkheid was blijkbaar opeens geen issue meer.

Het heeft ruim drie weken geduurd voor we het eens konden worden over een goede plek voor het rooster. Wij wilden geen rooster in ‘ons’ plein, de gemeente wilde een zo groot mogelijk losloopgebied. Ondanks dat we duidelijke afspraken hadden gemaakt over de locatie is het rooster helaas alsnog geplaatst op een plek die wij met het oog op het open karakter van het plein hadden afgewezen.

Zelf ontwerpen – dus ook zelf beheren?

Als bewoners zelf met een ontwerp komen waar openbaar groen onderdeel van uitmaakt, dan is dat voor de gemeente steevast een synoniem voor ‘zelfbeheer’. Dit onder het mom van participatie. Voordat er ook maar één streep op papier staat wil de gemeente het liefst al de namen van het beheerteam weten. Maar je gaat je natuurlijk niet als vrijwilliger aanmelden als er nog geen ontwerp is. Hoe weet je immers of dat leidt tot iets dat je zou willen of kunnen beheren en onderhouden?

Wij hebben het omgedraaid: de gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte. Wanneer bewoners willen helpen is dat prima en worden de kosten voor de gemeente gewoon lager. Wat die kosten betreft is het de gemeente in de afgelopen drie jaar overigens niet gelukt aan te geven wat de kosten waren voor het ‘ecologisch’ beheer van het voormalige openbaar groen bij het gemaal. Gezien de staat van het openbaar groen en de uitvoering van het beheer vinden wij overigens dat hier eerder sprake was van ‘economisch’ dan ‘ecologisch’ beheer.

We hebben budget – of toch niet?

Iedere fase had een eigen financieringsronde waardoor het project tussen elke fase een tijd stil lag. Dit haalt de snelheid én energie uit het project. Het is een goed idee te zorgen voor een overgangsbuffer tussen de fasen, zodat het proces niet stokt.

Uit het contact met de ambtenaren in ‘de eerste lijn’ (de gebiedsmakelaar, – coördinator, en -manager) blijkt dat zij héél goed begrijpen waar wij mee bezig zijn. Ze snappen ook dat vernieuwing soms leidt tot onduidelijke situaties. Naarmate het plan concreter werd, kwamen we echter steeds dieper in de gemeentelijk organisatie terecht. En daar zegeviert vaak nog het oude denken: “Het kan niet” in plaats van “Zo kan het niet, maar hoe gaan we het dan wel doen?”. We hadden veel moeite om dan binnen de lijntjes te moeten kleuren.

Tot zover het proces. Tijd om te laten zien wat we inmiddels met zijn allen hebben opgeleverd.

Wat hebben we in dit project gerealiseerd?

De helft van de openbare ruimte was niet toegankelijk voor publiek, omdat deze werd afgeschermd door een haag en hek. Door achterstallig onderhoud was het ook geen plek waar je graag wilde zijn (eerste foto).

 

Het plein dat daarvoor in de plaats kwam is een plek waar je wél wilt zijn (tweede foto). Door het verplaatsen van de haag is nu één grote openbare ruimte gecreëerd, met plaats voor buurtactiviteiten, verjaardagen en andere bijeenkomsten. Er komt nog nieuwe beplanting en een royale bank die uitzicht biedt over het naastgelegen Erasmuspark.

Het plein is ook regenbestendig. De riolering is niet berekend op de hevige regenbuien die we door de klimaatverandering steeds vaker meemaken. De ontwerper die we hadden ingeschakeld heeft daarom voor ons een regenbestendig plein ontworpen – gelegd met klinkers uit de Mercatorstraat.

   

Een daktuin en ‘watertrap’ helpen het overtollige regenwater af te voeren. Behalve dat het in de praktijk gewoon goed werkt als het regent, kun je de watertrap ook zien als een tastbaar object dat je kunt inzetten bij de bewustwording over klimaatverandering.

Met het oog op de bijenvolken in het Erasmuspark worden het groene kelderdak en de plantenvakken voorzien van een planten- en bloemenmix voor bijen en vlinders.

 

De daktuin doet daarnaast ook dienst als waterbuffer en vormt daarmee een integraal onderdeel van het regenbestendige plein.

Een van de wensen van de buurt was te laten zien wat er bij het gemaal onder de grond gebeurt. Dit hebben wij opgepakt en groter gemaakt. Het gemaal wordt onderdeel van een educatieve wandeling rondom het polderpark Erasmuspark met uitleg over de Nederlandse polders. De route voert langs het rioolgemaal, poldergemaal, helofytenfilter en het noodgemaal rond het park. Op dit moment wordt er gewerkt aan de financiering van deze route en de informatiepunten voor basisscholen, maar ook voor professionals op het gebied van waterbeheer.

Veel buurtbewoners kenden het plein vooral van de stinkende plaskrul. Een voorziening die overigens wél in een behoefte voorzag, zoals wij ontdekten toen wij in de buurt kantoor hielden. Helaas was het voor de gemeente geen optie deze te voorzien van een spoelsysteem en de krul regelmatig schoon te maken. Daarom is besloten de plaskrul te verwijderen.

Wat hebben we in dit project geleerd?

Inmiddels is de evaluatie van het project achter de rug en concluderen de initiatiefnemers én de gemeente eensgezind: “Het was een eerste keer, maar zó gaan we het niet nog een keer doen”. Wél heeft het project belangrijke lessen opgeleverd voor volgende maatschappelijke initiatieven, voor zowel initiatiefnemers als overheid, al is elk maatschappelijk initiatief uniek. De overheid moet écht leren transparanter te communiceren met de initiatiefnemers, zeker als bepaalde wensen niet uitgevoerd kunnen worden. En initiatiefnemers moeten leren accepteren dat niet alles wat zij willen haalbaar is.

De gemeente vond de gemaakte afspraken niet in alle gevallen helder en duidelijk. Bovendien liggen de kosten voor het gehele project hoger dan wanneer de gemeente het helemaal zelf uitvoert. De gemeente gaf tijdens de evaluatie ook aan enigszins teleurgesteld te zijn over het gebruik van het plein. Daar staat tegenover dat de bank nog geplaatst moet worden en dat er ook zónder bank al gebruikt wordt gemaakt van het plein.

Je kunt in een ‘community design’ proces niet altijd vooraf over alles heldere afspraken maken. En letterlijk met en in de buurt werken levert een ander kostenplaatje op dan op kantoor achter je tekentafel ontwerpen. Maar onze aanpak leverde wél een eindresultaat op waarin betrokken bewoners hun eigen ideeën terugzien. Daarmee zal het voor hen meer voelen als hún plek. Dat is zeker moeilijk uit te drukken in euro’s maar wel degelijk veel waard. Illustratief daarvoor zijn de reacties van verschillende betrokken buurtbewoners. Eén daarvan geeft precies de kern weer van de kracht van community design:

“Op de bewonersinspreekavond van de gemeente, had de gemeente weer de gebruikelijke houding van ‘hier is ons plan en doe het daar maar mee’.  Met jullie aanpak maakten jullie voor mij als bewoner het verschil. Juist door jullie input is er uiteindelijk wel wat gebeurd met de input van de bewoners op die bewuste inspraakavond, maar vooral daarna. In elk geval, wil ik jullie nog eens duidelijk en heel hartelijk en welgemeend bedanken voor jullie inbreng!” 

De kern van samenwerken in een maatschappelijk initiatief is duidelijk. Je hóórt de bewoners niet alleen, je zoekt ze actief op, maakt écht contact met ze, luistert naar hen en je neemt hun wensen en ideeën mee in het ontwerp. Pas dan krijgen ze het gevoel dat zij er echt toe doen.

Tot slot

Het maatschappelijk initiatief staat nog in de kinderschoenen, in een eerste samenwerkingsproject in Amsterdam ontkom je er niet aan dat je als gemeente en initiatiefnemer regelmatig in onbekende situaties terecht komt. Iedere keer probeer je samen een oplossing te bedenken. Dit kost meer tijd, meer energie en ook meer ergernis dan bij ‘normale’ projecten.

Tegelijkertijd is elk maatschappelijk initiatief een proces waar we van kunnen leren. Uiteindelijk zal de communicatie tussen gemeente en initiatiefnemers meer en meer op elkaar afgestemd raken. En hopelijk óók die binnen de gemeente zelf. We hebben gezien dat deze manier van samenwerken resulteert in een hogere betrokkenheid. En in een ontwerp met een groter draagvlak dan bij de traditionele werkwijze het geval is. En dat is, in elk geval wat mij betreft, de lange adem waard.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.