Participatievoorkeuren van Nederlanders nader bekeken

Geplaatst door

Hoe willen Nederlanders meedenken met hun gemeente? Welke kanalen hebben hun voorkeur? En waar zitten dan precies de verschillen tussen ‘typen’ inwoners? En nog belangrijker: wat is hun motivatie om mee te willen denken? Eerder dit jaar publiceerde Citisens de ‘Staat van Betrokkenheid’, waarin we een representatieve groep van 16.000 Nederlanders vroegen naar hun voorkeuren als het gaat om communicatie en participatie. In dit artikel ga ik verder in op de resultaten van dit onderzoek aan de hand van een case van de gemeente Diemen.

In het voorjaar van 2020 vroeg de gemeente Diemen ons met een plan te komen om inwoners in een vroeg stadium te betrekken bij de Omgevingsvisie – nog vóór het opstellen van de Omgevingsagenda. We zetten een online consultatie uit onder inwoners. Via een communicatiecampagne die aansloot bij het type inwoners dat in Diemen woont brachten we de vragenlijst onder de aandacht. Inwoners die de vragenlijst liever op papier wilden invullen, konden deze aanvragen via een gratis 0800-nummer. Een tiental inwoners maakte hier gebruik van.

De gemeente zag het onderzoek als startpunt van een meer langdurige betrokkenheid van inwoners bij de Omgevingsvisie. Daarom zijn er naast inhoudelijke vragen over de toekomst van Diemen ook vragen gesteld over of en hoe inwoners in de toekomst willen meedenken over de Omgevingsvisie. Aan het onderzoek deden 818 van de ruim 27.000 inwoners mee. We hebben gekeken welke betrokkenheidsprofielen de respondenten hebben en die vergeleken met de werkelijke verdeling in de gemeente. Deze kwamen grotendeels overeen, er is een kleine statistische correctie toegepast om de resultaten 95% representatief te maken voor àlle Diemenaren en extra op leeftijd omdat jongeren iets ondervertegenwoordigd waren.

Samenstelling betrokkenheidsprofielen in Diemen (rechts) en Nederland (links).

De meeste mensen willen meedenken of op de hoogte blijven

Wat blijkt uit het onderzoek? Ruim een derde van de respondenten (34%) wil in de toekomst opnieuw meedenken over de Omgevingsvisie. 63% vindt het voldoende om op de hoogte gehouden te worden. Slechts 9% geeft aan in de toekomst niet opnieuw betrokken te willen zijn bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Redenen die hiervoor aangedragen worden zijn: (a) ik heb geen tijd, en (b) ik vind dit een taak van de gemeente.

Als we deze cijfers vergelijken met die uit de ‘Staat van Betrokkenheid’, dan verbaast dit lage percentage van 9% niet. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de drie grootste betrokkenheidsprofielen in Diemen, namelijk: Stadse Nomaden, Geïnformeerde Gezinsdrukte en Gevestigde Beïnvloeders (zie staafdiagram voor een compleet overzicht) zich over het algemeen betrokken voelen bij kwesties die spelen in hun eigen leefomgeving.

Zeker voor Gevestigde Beïnvloeders geldt: dit is niet de groep die de ‘publieke zaak’ liever overlaat aan politici of ambtenaren. Vanuit vertrouwen in het eigen kunnen, èn vanuit vertrouwen in de overheid gaat deze groep frequent het gesprek met de gemeente aan. Het zijn de usual suspects die de weg naar het gemeentehuis goed weten te vinden. Voor Geïnformeerde Gezinsdrukte en Stadse Nomaden geldt dat zij zich over het algemeen wel betrokken voelen bij hun eigen leefomgeving, maar dit niet per sé uiten in de vorm van meedenken met de gemeente. Daarvoor heeft Geïnformeerde Gezinsdrukte het te druk met het eigen gezin (de naam zegt het al), en ligt de oriëntatie van Stadse Nomaden te veel buiten de eigen gemeente (hun interesse gaat vooral uit naar nationale of zelfs internationale kwesties).

Kijken we specifiek via welk kanaal inwoners van Diemen mee willen praten met de gemeente over de Omgevingsvisie, dan valt op dat de online enquête de meest gekozen optie is. Zie bijgevoegde grafiek. Dit komt overeen met wat we zagen in de ‘Staat van Betrokkenheid’. Ook daar kwam de online enquête naar voren als meest favoriete kanaal om te participeren.

Diemen: Hoe wilt u meepraten over de omgevingsvisie? (meerdere antwoorden mogelijk)

Hierbij valt op dat Gevestigde Beïnvloeders (in Diemen, maar ook in de rest van Nederland) bovengemiddeld scoren op de traditionele bewonersbijeenkomst, en Stadse Nomaden juist vaker kiezen voor een website of platform als participatiekanaal. Geïnformeerde Gezinsdrukte kiest in de breedte voor álle digitale opties. Deze groep, waarvan wij weten dat er een kloof zit tussen betrokken voelen en betrokken gedrag vertonen (ze willen wel, maar hebben simpelweg geen tijd), kiest duidelijk voor de flexibiliteit van thuis op de bank meedenken met de gemeente (als de kinderen in bed liggen) in plaats van aanwezig zijn bij een bewonersavond.

Motief speelt ook een rol

Dit soort inzichten helpen gemeenten bij het opstellen van een communicatie- en participatiestrategie, die past bij het type inwoners dat in de gemeente woont. Doel is immers dat iedere inwoner kan meepraten, op een manier die hem of haar aanspreekt. Door slimme keuzes te maken die passen bij de belevingswereld van inwoners vergroot je daarnaast het vertrouwen van inwoners in de gemeente, zo betoogt ook het BKZ-programma ‘Democratie in actie’.

Maar met het inzetten van de juiste kanalen ben je er nog niet. Of inwoners daadwerkelijk in actie komen, en een actieve willen bijdrage leveren aan een project of initiatief is van meer aspecten afhankelijk. Dat betoogde Christine Bleijenberg al eerder op dit platform. Zo speelt het onderwerp waarover de participatie gaat een grote rol. Waar de ene inwoner affiniteit heeft met leefomgeving of duurzaamheid, voelt de ander zich meer betrokken bij onderwijs of sport. Ook verschillen inwoners in hun motief om te participeren. Zo participeert de één vooral om het eigen belang te behartigen, en heeft de ander meer oog voor de belangen van anderen.

In de ‘Staat van Betrokkenheid’ hebben we ook data verzameld over dit laatste aspect. We presenteerden in dit onderzoek een fictieve case waarbij een busbaan wordt aangelegd in de wijk – met antwoordenopties die gebaseerd zijn op het werk van Broekhuizen en Michels (2017). We vroegen inwoners of, en waarom ze willen meepraten met de gemeente.

Nederland: Waarom wilt u meepraten met de gemeente? (eerste voorkeur)

Als eerste valt op dat het meest genoemde motief om mee te praten met de gemeente is ‘ik vind het belangrijk dat de mening van inwoners gehoord wordt’. Nederlanders zien het maatschappelijke belang van participatie dus zeker in. Er blijkt zelfs altruïsme uit, door Broekhuizen en Michels gedefinieerd als: “een houding die erop gericht is de samenleving of democratie te versterken”.

Het tweede motief dat frequent naar voren komt is ‘als ik gevraagd word, doe of denk ik mee’. Broekhuizen Michels beschrijven dit laatste mechanisme als het “individueel sociaal belang voorop stellen”. In de meeste gevallen worden mensen gevraagd om mee te doen door mensen die al in dezelfde sociale kringen zitten (vrienden, familie, buren). ‘Ja’ zeggen kan de relaties binnen deze sociale kring in stand houden of zelfs versterken. Het belang van dit mechanisme zien we in dit onderzoek dus terug.

Zoomen we opnieuw in op de drie grootste betrokkenheidsprofielen in Diemen, dan valt op dat zowel Gevestigde Beïnvloeders als Geïnformeerde Gezinsdrukte bovengemiddeld scoren op de hierboven uitgelichte motieven (d.w.z. ten opzichte van de andere profielen). Voor Stadse Nomaden is het motief ‘ik wil er zelf iets van leren’ juist weer belangrijk. Hieruit blijkt meer focus op het eigen belang in plaats van het belang van anderen of zelfs: de maatschappij (als vorm van altruïsme). Passend bij de manier waarop deze groep in het leven staat: onbezorgd, gericht op persoonlijke ontwikkeling, erg actief op sociale media en online platforms. 

Drie tips voor participatie

Wat betekent dit nu voor professionals die werkzaam zijn bij een gemeente of andere (semi-) overheidsinstelling en die zich bezighouden met participatie?

  1. Zet bij de organisatie van participatie (ook) in op een online enquête of andere digitale raadpleging, zeker wanneer je een meer diverse groep inwoners wilt betrekken dan alleen het kleine clubje usual suspects (wiens mening niet per sé representatief is voor de hele gemeente).
  2. Verdiep je daarvoor in de belevingswereld van inwoners en sluit in je communicatie- en participatiestrategie aan bij individuele voorkeuren. Veelal leidt dit tot een mix van traditionele én digitale opties. Een segmentatiemodel dat de voorkeuren op dit vlak bundelt in een overzichtelijk aantal profielen of persona’s kan hierbij helpen, zo benoemt ook het Verwey-Jonker instituut.
  3. Houd in de uitnodiging voor (online) participatie rekening met zowel altruïstische motieven van inwoners, als motieven die het individuele belang voorop stellen. Een segmentatiemodel kan ook deze inzichten bundelen per profiel of persona. Dit kan het model van Citisens zijn, maar alternatieven zijn beschikbaar.

2 reacties

  1. Lekker leesbaar artikel en herkenbare tips! Ik zou de voorkeur voor een online enquête van het overgrote deel van de respondenten net iets anders duiden. Volgens mij willen burgers met hun voorkeur voor online enquêtes zeggen dat ze over het algemeen zo min mogelijk moeite willen doen om te participeren. De best passende manier van participatie hangt vervolgens sterk samen met het onderwerp. Als de gemeente plannen heeft voor de aanleg van een windmolenpark is het zeker niet zo dat de meeste bewoners middels een vragenlijst betrokken worden. Sterker nog als je dat als gemeente doet dan organiseer je de weerstand.

  2. Ik snap wat je bedoelt, Christine! Laagdrempelige participatie organiseren is belangrijk, en een online enquête is één middel. Je krijgt nieuwe groepen ‘aan tafel’. Maar het moet wel passen in het proces + wat je inwoners wilt voorleggen i.d.d. Ik zou trouwens een windmolenpark niet per sé afdoen als ongeschikt onderwerp voor online participatie, maar voorzichtigheid is zeker geboden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.