‘To be or not be’ op Facebook; dat is de vraag?

Facebook ligt onder vuur. De privacy-zorgen zijn tot een kookpunt gekomen door het schandaal rond Cambridge Analytica. Diverse bekende personen keren zich publiekelijk van het platform af en roepen anderen op dit ook te doen. Arjan Lubach organiseert vandaag – woensdag 11 maart vanaf 20.00 uur – het event #byebyeFacebook. Wat betekent dit voor overheidsorganisaties? Zij hebben afgelopen jaren vaak zorgvuldig gebouwd aan hun Facebookstrategie. Kunnen zij nog wel doorgaan met dit platform, nu gebruikers zichzelf deze vraag steeds vaker stellen? We vroegen het onze auteurs. En zijn benieuwd naar jouw mening!

Over het algemeen verwachten de auteurs dat mensen voorlopig Facebook op grote schaal blijven gebruiken, vooral omdat er (nog) geen goed alternatief is. En als overheid wil je daar zijn waar je in contact kunt zijn met inwoners en ondernemers. En kun je je dienstverlening dankzij de data ook steeds beter op maat aanbieden. Maar het is zeker ook tijd de inzet van het platform kritisch tegen het licht te houden. Al geldt dat dan net zo hard voor andere gratis platformen die (veel) data verzamelen. In dit artikel delen onze auteurs hun worsteling met dit thema en geven ze hun advies. Natuurlijk gaat deze discussie veel verder dan alleen ‘wel of geen Facebook’. Daarom vind je aan het eind van dit artikel ook de adviezen van het Rathenau-Instituut over de noodzaak tot het opwaarderen van publieke waarden in de digitale samenleving en het vernieuwen van mensenrechten in het robottijdperk met de bijbehorende reactie van het kabinet.

David Kok (werkt als social media manager bij de gemeenteraad van Almere)
We maken met onze advertenties toch ook dankbaar gebruik van de beschikbare data?
“Ik ben heel benieuwd hoeveel mensen nu echt gaan stoppen met Facebook. We hebben met Hyves gezien dat het heel snel kan gaan. Maar ja, is er in dit geval een alternatief? Ik denk het niet. Ik denk dat uiteindelijk maar heel weinig mensen het ook echt interesseert. En ja, de overheid moet dus vooralsnog gewoon doorgaan met hun Facebookpagina. Zolang de mensen het gebruiken blijft het een platform waarop je een grote groep snel en effectief kan bereiken. En laten we eerlijk zijn: we maken inmiddels met onze advertenties toch ook dankbaar gebruik van de data die Facebook voor ons beschikbaar stelt?”

Marije van den Berg (werkt als zelfstandig adviseur aan een betere democratische kwaliteit)
Vraag jezelf af of Facebook nog de volle kroeg is waar je (vaak) wilt zijn?
“Jarenlang pleitte ik voor: ga die volle kroeg in, open niet zelf een lege kroeg ernaast. Dus: ga op Facebook als daar de graasplek is van de mensen die je nodig hebt. Wellicht dat het tijd is om eens te kijken naar de daadwerkelijke ‘return on investment’ (ROI) van dat kroegbezoek. Misschien kunnen we ook wel weer wat meer zonder? En Facebook bijvoorbeeld vaker te gebruiken als toegangsdeur om mensen uiteindelijk naar minder lekke platforms en/of websites te krijgen. Taai, en stom, maar wel nodig. En misschien uiteindelijk ook wel inhoudelijk scherper aan de wind, want je moet écht je relevantie aantonen voor doelgroepen. Maar als je dat lukt, heb je ook wel écht de community bediend.”

Lex de Jong (werkt met UrbanBoost aan (coöperatieve) gebiedsontwikkeling)
Zolang burgers deze kanalen gebruiken zal de overheid daar ook aanwezig moeten zijn.

“Wat je als overheid moet doen? Gewoon blijven. Zolang er geen vergelijkbare alternatieven zijn, zullen mensen deze kanalen blijven gebruiken – en zal de overheid ook hier aanwezig moeten zijn. Je mag je burgers wel bewust maken dat je altijd zelf bepaalt wat je deelt en dus ook wat Facebook weet. En als je je corporate account van Facebook account verwijdert – doe dat dan ook meteen met Instagram (van Facebook) en stop ook met communiceren via WhatsApp (van Facebook).”

Renata Verloop (specialist in overheidscommunicatie en hoofdredacteur van Overheid in contact)
Ga met je volgers op Facebook in gesprek over dit onderwerp 
“Het is een lastig dilemma. Aan de ene kant zijn veel overheidsorganisaties er in geslaagd een beter contact tot stand te brengen met de samenleving door de inzet van Facebook. Daarbij hoort ook het slimme gebruik van data; door inzet van targeted advertising maken aantoonbaar meer mensen gebruik van regelingen en subsidies van de overheid. Aan de andere kant zie je ook veel overheidsorganisaties die op Facebook alleen traditioneel zenden en dan kun je je afvragen of de toegevoegde waarde groot genoeg is om door te gaan. Sowieso moest je je als overheid al afvragen of je in je informatievoorziening geen mensen buitensluit die geen gebruik maken van Facebook. Ik vind het eigenlijk wel een discussie waard en adviseer overheidsorganisaties daarom over dit dilemma in gesprek te gaan met hun volgers – op Facebook inderdaad. Want zij zijn degenen die kunnen inschatten wat de impact is als je eventueel stopt en of dat erg is …”

Marc van der Put (interim manager, adviseur, projectleider en eindredacteur van Overheid in contact)
Neem je verantwoordelijkheid serieus en laat je eigen infrastructuur bouwen
“De overheid neemt haar verantwoordelijkheid voor de fysieke infrastructuur serieus. Gelukkig maar. En bedrijven die inschrijven op openbare aanbestedingen voor wegen, viaducten, tunnels en–ga–zo–maar–door hebben zich te houden aan de regels en voorschriften. Wat als diezelfde overheid de verantwoordelijkheid voor haar virtuele infrastructuur ook zo serieus zou nemen? En dan heb ik het niet alleen over regels en voorschriften. Of de handhaving daarvan. Tien jaar geleden, toen Facebook nog nauwelijks bestond in Nederland heb ik in rijksoverheidsverband eens argeloos geopperd dat er één participatieplatform zou moeten komen voor alle overheden in heel Nederland. Eigen infrastuctuur. Met de bijbehorende verantwoordelijkheid en regels. Als burger of inwoner zou je veilig inloggen met je DigiD en op basis van je locatie zou je alle relevante berichten, bestemmingsplannen, vergunningaanvragen en-ga-zo-maar-door kunnen zien. En –uiteraard– deelnemen aan participatietrajecten. “Gaat niet werken”, zei iedereen. Of zo’n site een ‘interactief participatiesucces’ had kunnen worden vóór Facebook een serieuze infrastructuur (b)leek te bieden voor overheden, zullen we nooit weten.  Ik blijf het wel ’n mooi idee vinden, dat alsnog uitvoering verdient. Tot die tijd ‘mag’ de overheid natuurlijk zorgen voor regels en voorschriften. En handhaving.”

Arnout Ponsioen (verkent met zijn bureau Duidt de (online) netwerksamenleving)
Hoe meer kennis over en inzicht in inwoners, hoe beter het beleid kan zijn
“De stekker trekken uit Facebook lost in mijn ogen niet zo veel op. Dat zou je dan ook moeten doen voor veel andere gratis online diensten. Hoe meer online sporen je wist, hoe minder risico op misbruik je loopt. Maar dat betekent waarschijnlijk ook dat je minder dienstverlening ‘op maat’ zal kunnen krijgen. Op dat punt is een mooie parallel te trekken met moderne overheden die – op dat punt verschillen ze nauwelijks van overheden – op zoek zijn naar meer kennis over en inzicht in zijn inwoners. Wat hoe beter overheden hun inwoners kennen, hoe passender het beleid kan zijn, wordt dan verwacht. En daarom zie je veel overheden sterk inzetten op data-analyses, meedenk-sessies, co-creatie, meetups en dialogen. Overheden doen hun best om dichter bij haar inwoners te komen. Een hechter netwerk te vormen. Want hoe korter de lijnen, hoe meer wederzijds kennis en begrip, en hoe groter het onderling vertrouwen. Waarbij dat vertrouwen zowel het gevolg van alsook voorwaarde voor transparantie en ‘gekend zijn’ is. Vertrouwen dat je ook ontzettend snel kunt kwijtraken, ondanks dat je je stinkende best doet. Facebook ziet dat ook in. Overheden ook. Zonder vertrouwen kan het netwerk snel uiteenvallen.”

Otto Thors (specialist in dienstverlening en hoofdredacteur van InGovernment)
Tijd dat onze bestuurders leiderschap gaan tonen als het gaat om digitale burgerrechten
“In het mediageweld dat Facebook nu treft zijn twee verhalen te herleiden. Ten eerste dat van een groot bedrijf dat beter met zijn data dient om te gaan. Ten tweede dat van de gebruikers van Facebook die zich bewust onbekwaam opstellen als het gaat om privacy vraagstukken. Natuurlijk moet het bedrijf Facebook binnen de wet en in lijn met de verwachtingen van gebruikers handelen. Dat hebben ze niet goed gedaan en dat verdient een politiek bestuurlijk antwoord. Helaas stellen veel politici en bestuurders zichzelf op een lijn met die bewust onbekwame gebruikers en nemen zij geen verantwoordelijkheid voor vraagstukken op het gebied van digitale ethiek. Daar wringt de schoen. Onze bestuurders zouden met meer datageletterdheid en digivaardigheid dit soort vraagstukken te lijf moeten gaan. Het is nu vooral meehuilen met de wolven in het bos. Want ik moet de eerste bestuurder nog tegenkomen die de gebruikersvoorwaarden van Facebook wel gelezen heeft. Gebruikers zijn te inconsequent om echt een vuist te maken. Laten we deze storm uit het glas water bevrijden en er voor zorgen dat onze bestuurders leiderschap tonen en nu eindelijk eens binnen internationaal verband het gesprek aangaan over digitale burgerrechten.” 

Peter Knoers (helpt aansluiten op de netwerksamenleving als eigenaar/senior partner van HVR Group)
Op langere termijn komen er interessante alternatieven
“Voor overheidsorganisaties lijkt me op korte termijn het benutten van Facebook nog onvermijdelijk. Wel is het verstandig nog eens goed na te denken over HOE je dit platform dan gebruikt en wat je er deelt met wie.  Op de iets langere termijn komen er interessante alternatieven, die meer veiligheid en controle bieden aan de gebruiker. In dat opzicht is het interessant om te volgen wat er gaande is in de wereld van blockchain. We kennen die vooral van de toepassingen voor cryptocurrencies als Bitcoin en Ethereum. Die doorbreken het principe dat er altijd een ‘middle man’ (in hun geval een bank) nodig is voor een transactie. Een middle man die ook kan misbruiken, zoals de financiële crisis ons heeft geleerd. Maar blockchain is eigenlijk niet meer dan een manier om decentraal aan informatietransactie te doen; een Bitcoin is ook alleen een stukje informatie.  Daarom is het interessant om de ontwikkelingen te volgen waarin dat principe ook op andere informatietransacties wordt toegepast. Zodat de informatie van jou blijft en jij de enige bent die bepaalt wie er verder gebruik van mag maken. En dan verdwijnt ook daar de middle man, die Facebook heet, of Google of de overheid of …. Boeiende initiatieven op dit gebied zijn bijvoorbeeld dock.io en iota.org. “

Patrick Nelen (werkt als organisatieadviseur aan een betere dienstverlening)
De pijn zit vooral in de voorbeeldfunctie en het imago van de overheid
“Voordelen van Facebook zijn onder meer de laagdrempeligheid in het gebruik (vooral voor de doelgroep) en het bereik van en directe interactie met jouw doelgroep. Je kunt er bovendien je imago als overheidsorganisatie mee verbeteren. Gemeenten hebben in de afgelopen jaren niet voor niets geïnvesteerd in dit kanaal.  Maar kun je als overheidsorganisatie anno 2018 je ogen (nog) sluiten voor risico’s op het gebied van privacy en beveiliging? In het jaar waarin de AVG van kracht wordt en er een referendum over de ‘Sleepwet’ is gehouden? Waar je – in het geval van Facebook – volledig afhankelijk bent van een (buitenlandse) commerciële organisatie? Als overheidsorganisatie ben je niet verantwoordelijk voor de informatie die jouw doelgroep deelt op social media. En je hebt zelf invloed op de informatie die je vanuit jouw organisatie laat delen. Daar zit ‘m niet per se de pijn. Die zit vooral in de voorbeeldfunctie en het imago dat de overheid heeft of zou moeten hebben. Maar in hoeverre is dat afhankelijk of aantastbaar door het al dan niet gebruiken van Facebook? En weegt dit op tegen de voordelen die het gebruik van Facebook biedt? Ik ben benieuwd welke keuzes overheidsorganisaties de komende tijd gaan maken.”

Arno NaafsArno Naafs (helpt als online strateeg bij Present Media organisaties innoveren)
Geef nadrukkelijk aan hoe je als overheid zelf omgaat met privacyeleid
“Als je doel als overheid is bereikbaar te zijn, dan moet je zijn en blijven waar je doelgroep zit. En dat is zeker ook nog steeds Facebook. En geloof me: ook na woensdag zal dat nog zo zijn, misschien een paar duizend mensen minder bereik … Ooit zal er een ander platform populairder zijn natuurlijk, maar wanneer? Als je een nieuwsgierige en persoonlijke overheid wilt zijn: ook daarvoor lenen platformen als Facebook zich nog steeds heel goed. Het zijn de sociale media waar je de discussie aan kan gaan, vragen kunt stellen als nieuwsgierige overheid.  Daarbij zou ik steeds nadrukkelijk blijven aangeven hoe je als overheid zelf omgaat met privacybeleid (dat je er alles aan doet wat binnen jouw macht ligt om deze te beschermen), en dat je geen invloed kan uitoefenen op hoe derden hiermee omgaan. Misschien verwijzen naar recente berichtgeving om burgers wel te wijzen op de recente ontwikkelingen rondom Facebook.”

Maatschappij niet klaar voor digitale samenleving

Natuurlijk kan deze discussie niet beperkt blijven tot ‘wel of niet aanwezig zijn op Facebook als overheidsorganisatie’. Er ligt een enorm maatschappelijk vraagstuk op tafel over de impact van technologie en digitalisering op ons als individu, onze maatschappij en de democratie. We hebben daarom deze leestips voor je als je je verder wilt verdiepen in de context van deze gehele discussie:

Begin 2017 verscheen het rapport ‘Opwaarderen – Borgen van publieke waarden in de digitale samenleving‘ van het Rathenau Instituut, dat werd uitgebracht op verzoek van de Eerste Kamer. Volgens het instituut zijn de overheid, het bedrijfsleven en de maatschappelijke spelers onvoldoende toegerust om onze fundamentele rechten te beschermen. Het instituut stelde begin 2017 vijf acties voor waarmee politici, beleidsmakers, bedrijven en maatschappelijke organisaties de digitale samenleving verantwoord kunnen opwaarderen.

In mei verscheen het aanvullende rapport ‘Mensenrechten in het robottijdperk’. Daarin pleit het Rathenau Instituut voor een nieuw Europees verdrag dat de mensenrechten aanpast aan de digitale samenleving: het recht niet gemeten, geanalyseerd of gecoacht te worden en het recht op betekenisvol menselijk contact. Mede op basis van het rapport formuleerde de Parlementaire Assemblee van de raad van Europa (PACE) aanbevelingen, die op 28 april 2017 werden aangenomen.

Onlangs verscheen de kabinetsreactie op beide rapporten. Het kabinet vindt dat de bestaande juridische kaders vooralsnog voldoende ruimte bieden om de normen ook te vertalen naar de nieuwe, digitale realiteit.  Ook geeft het kabinet aan door te gaan met al ingezet beleid om publieke waarden en mensenrechten te borgen door:

  • Toezicht
    Hierbij worden bijvoorbeeld genoemde verplichting om datalekken te melden, de verhoging van het budget voor de Autoriteit Persoonsgegevens en de versterkte boetebevoegdheid van deze autoriteit door invoering van de nieuwe privacywetgeving AVG.
  • Maatschappelijke dialoog
  • Het vergroten van digitale vaardigheden
    Het kabinet organiseert publiekscampagnes en initieert programma’s om digitale vaardigheden en mediawijsheid onder burgers te stimuleren. De Algemene wet bestuursrecht gaat bestuursorganen verplichten om burgers die niet digitaal met de overheid kunnen communiceren ondersteuning te bieden. En er wordt gewerkt aan de digitale toegankelijkheid van de overheid.
  • Verantwoord innoveren met behulp van experimenten
    Om gebruik te kunnen maken van nieuwe technologieën hebben diverse departementen zogenoemde ‘experimenteeromgevingen’ ingericht. Voorbeelden zijn het Living Lab Big Data op het terrein van justitie en veiligheid, de City Deal ‘Zicht op ondermijning’ en proeftuinen waarin overheden kunnen experimenteren met behoorlijk datagebruik in de openbare ruimte.
  • Versterking kennisbasis
    Het kabinet vraagt de WRR gevraagd te adviseren over de impact van kunstmatige intelligentie op publieke waarden. Het kabinet zal hierbij aandacht vragen voor nadere uitwerking van het uitgangspunt dat robots menselijke relaties niet zouden moeten vervangen, maar verbeteren. Daarnaast heeft het kabinet de Raad voor het Openbaar Bestuur verzocht om onderzoek te doen naar de kansen en bedreigingen van digitalisering voor een goed functionerende, moderne democratie en de handelingsperspectieven voor het openbaar bestuur. Ook laat het kabinet onderzoek doen naar (zelflerende) algoritmen die door overheden worden ingezet.
  • Interdepartementale werkgroep en Europees en internationaal beleid
    Er komt een kabinetsbrede Nederlandse Digitaliseringstrategie en een specifieke agenda voor de digitalisering van het openbaar bestuur. Het kabinet heeft in het regeerakkoord ook aangekondigd werk te maken van een ambitieuze cybersecurity agenda. Ook ziet het kabinet de noodzaak voor een internationale aanpak, vanwege het grensoverschrijdende karakter van technologische ontwikkelingen.

Eén reactie

  1. We moeten de vraag niet te snel beperken tot facebook “ja of nee?), maar nuanceren tot facebook: “”Hoe?
    Dus bewustwording voor de burger (pricacy-instellingen van facebook en je mobiele apparaten doorlopen) en overheden en andere instanties (bijvoorbeeld geen facebook pixel meer gebruiken).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.