Verloren in taal: Datafluisteraars en Onderbuikers praten langs elkaar heen.

Geplaatst door

“Ze luisteren niet. Ze luísteren gewoon niet! Dit is net verteld!” Gefrustreerd hef ik mijn handen en ogen ten hemel en zucht. Dit was ik in monoloog tegen mijn tv, toen ik een paar weken geleden de eerste technische briefing over de coronacrisis voor de Tweede Kamer volgde. Ik zag met verbazing hoe twee groepen intelligente mensen volledig langs elkaar heen praatten.

De Datafluisteraar (wetenschapper) praat tegen de Onderbuiker (politiek). Er wordt antwoord gegeven op vragen die niet gesteld worden en er wordt gevraagd naar bekende wegen. Inmiddels weet ik dat dit komt omdat ze elkaar niet verstaan. Niet omdat ze niet naar elkaar willen luisteren.

Omdat ik communiceren en dienst verlenen als mijn vak zie, volg ik met belangstelling de ontwikkelingen en de communicatie rondom Covid-19. Voor mij is het nieuw dat er op regeringsniveau zoveel ruimte is voor de expertise van wetenschappers en de zin van data. Ik vind het verfrissend en verheug me steeds weer op de volgende briefing. Dan hang ik aan de lippen van experts en wetenschappers zoals mijnheer Van Dissel (RIVM) en smul. Data zijn mijn vriendjes. Ook heb ik ervaring met innovatie en verandermanagement in een (semi)politieke omgeving. De Onderbuikwereld, dus. Ik begrijp wat beide partijen willen zeggen maar ik verbaas me dat zij elkaar niet verstaan. Wat is er aan de hand?

Begrijpend luisteren

Op de lagere school leerde ik begrijpend lezen. Ik kreeg teksten en leerde deze ontleden: wat wordt er met de tekst bedoeld? Wat is het doel van de tekst? Daar moest ik aan denken toen ik de technische lezingen volgde en soms een volkomen verloren-gaan-in-vertaling zag. Ik bedacht de term begrijpend luisteren. Wat wordt er verteld? En wat wordt er bedoeld? De toehoorder begrijpt niet altijd wat hij hoort. De toehoorder is ook niet altijd een goede luisteraar. Er zit van alles in de weg. Bij de Datafluisteraars is dat vaak het verder kijken dan data en bij de Onderbuikers, juist, de onderbuik.

Een illustratie van deze miscommunicatie is het telkens terugkeren van het mondkapje in de vragen van onze volksvertegenwoordigers, met de climax van onbegrip op 7 mei. Het lijkt er gewoon niet in te gaan dat het ding niet helpt tegen het oplopen van het virus. De wetenschappers, vaak die arme Jaap van Dissel, krijgen niet dit niet goed uitgelegd. Geen enkel onderzoek heeft aangetoond dat het helpt onder de huidige omstandigheden. Sterker nog: er zijn studies die aantonen dat het onjuist gebruik van mondkapjes zelfs het virus kan helpen zich te verspreiden. (Heerlijk hoe Jaap van Dissel het virus personifieert!) Dat is aangetoond en daarom de waarheid. Wat kan er meer gezegd worden? Er zit niets anders op dit antwoord simpelweg steeds te herhalen. De Onderbuikers snappen op hun beurt niet waarom andere landen ze wel verplichten. De verwarring was pas compleet toen tijdens de persconferentie van 6 mei mondkapjes ineens verplicht werden in ons openbaar vervoer. Wat een rare draai!

Ruimte voor andere wetenschap

In de briefing van 7 mei werd hier wat over gezegd. Er wordt niet alleen meer naar de positieve gezondheidseffecten van de strenge maatregelen gekeken, maar erkent dat deze maatregelen ook maatschappelijke en economische consequenties hebben. Deze beginnen schadelijk te worden. De regering heeft geluisterd naar de mensen in het land. Voor de meesten van hen staat het mondkapje nu symbool voor vooruitgang en daar is behoefte aan. Perspectief.

Alhoewel het Outbreak Management Team (OMT) nog steeds adviseert het mondkapje niet te introduceren, kiest de regering er voor het advies van het OMT naast zich te leggen en toch het mondkapje te omarmen. Dat kan nu ook, omdat er aan voorwaarden voldaan kan worden. Het is een compromis en de eerste verschuiving van puur data gestuurde crisisbeheersing naar een balans tussen data en onderbuik gestuurd regeren.

“Een andere dimensie van verschillende achtergronden”

Tijdens de update aan de Tweede Kamer van 7 mei 2020 zegt Jaap van Dissel het zelf: […] “Wetenschap is in die zin geen politiek. Als wij morgen een onderzoek krijgen die onze mindset totaal omdraait, dan draait onze mindset totaal om. Ik bedoel dat is wetenschap. Je leert alleen maar van correcties op dingen die je daarvoor gedaan hebt. […] En dat is misschien wat anders dan dat je een jaar geleden wat opschrijft en steeds daaraan getoetst wordt. […] Natuurlijk is er voortschrijdend inzicht – dat moet ook – want er komt een heleboel nieuwe kennis beschikbaar en het laatste wat we willen is itereren op kennis waarvan we eigenlijk vinden dat die verouderd is. En in die zin denk ik dat u best, als u dat zo opvat, inconsistenties kan vinden met vorige OMT’s. Ik vind dat eigenlijk heel positief want het laat zien dat er voortschrijdend inzicht is en dat we meer hebben geleerd. En dat is ook zo. Dus ik denk […] dat dat een andere dimensie is van onze verschillende achtergronden wellicht.” Mijnheer Veldman van de VVD had hem even te voren gevraagd hoe het kan dat er ineens wordt afgeweken van de vijf harde voorwaarden waaronder versoepeld kon worden, die door de OMT notabene zelf zijn gesteld!

Ik klap in mijn handen en neem mijn pet af. Treffender kon mijnheer Van Dissel de verschillen niet uitleggen. Bij de wetenschap kan inzicht voortschrijden, de politiek houdt je aan het inzicht dat je ooit vast hebt gelegd. Twee verschillende werelden. Data en gevoel, hoofd en hart, Datafluisteraars en Onderbuikers. Ze zeggen soms tegengestelde dingen, maar ze streven allemaal hetzelfde doel na. Samen zorgen dat het vermaledijde Covid-19 onder controle komt en er met vallen en opstaan mee te leren leven valt.

Communiceren is bereiken

Communiceren is bereiken. Mensen bereiken, doelen bereiken. Dat doe je door te luisteren (=het ‘reiken’ in het woord bereiken), te checken of je de ander verstaan hebt, de essentie van wat je gehoord hebt in woorden om te zetten – te vertalen – en de vertaling te delen.

Omdat wij in een vrij en democratisch land leven, is de regering transparant en wordt communicatie niet geregisseerd. Alles is te volgen, gewoon bij de publieke omroep, maar niet iedereen doet dat. De politiek vertegenwoordigt en informeert het publiek. Via de leden van de Tweede kamer hoort het gros van de mensen in het land de samenvatting van wat er besloten is. Zij zijn de onderbuikvertegenwoordigers. En zij geven ons dus nu informatie over iets wat de hele wereld de bibbers geeft. Een juiste vertaling luistert nauw.

Verbindingsingenieur en tolk

Communicatie is slechts één van de elementen van het vak en wat mij betreft dekt het woord communicatieadviseur al jaren niet meer het de inhoud van de functie. Verbindingsingenieur komt nog het dichtst bij. Verbinders door taal. Waarom laten we niet een paar van hen tijdens de technische updates mee kijken en live helpen de gehoorde informatie te duiden en waar nodig te vertalen in goede open vragen? De taal van Datafluisteraars en de taal van Onderbuikers zijn ook vreemde talen. Dan is een tolk logisch, lijkt me.

Mijn professionele devies is: de beste vraag is degene die niet gesteld hoeft te worden. Ik weet dat dit nooit bereikt wordt, maar wat is er mis mee om er wel naar te streven? Ik zie organisaties als Gebruiker Centraal en Direct Duidelijk zich inzetten voor duidelijke taal – zeker nu in coronatijd. Is het een idee om deze vertaalvirtuozen live, dus tijdens de technische briefings, in te zetten als vertalers? Kijken wat het oplevert. Spannend experiment, toch?

2 reacties

  1. Allereerst bedankt voor je goede artikel over de communicatie tussen de “datafluisteraar” en de “onderbuiker”. Vanuit het oogpunt van een goede technische communicatie gaat er inderdaad mis. En toch vind ik het prima bijeenkomsten, maar dan beoordeel ik ze wel in een andere context.
    Ik wil ze zien in de brede doelstelling om de coronacrisis te beteugelen. Voor de virusbestrijding is het essentieel dat “de burger” zich hier ten volle voor inzet en eigen doelstellingen daaraan ondergeschikt maakt. En dat alles in een situatie dat de genomen maatregelen nog geen echte wetenschappelijke basis hebben. Het is uitproberen en gaandeweg leren! Daarbij komt ook nog dat alle maatregelen ten koste gaan van de economie. Dat is een klus in een breed spanningsveld!
    Rutte zat in eerste instantie op een andere toer: hij stelde de economie eerst nog centraal. De switch, die hij al vroeg maakte was opmerkelijk. Hij ging voluit voor de bestrijding van het virus. Het mag wat kosten!
    De naam van de aanpak vind ik geniaal: een “intelligente lock down”. Dat is communicatie met een ingebouwd beroep op de wijsheid van de burger! Hij geeft de burger eigen verantwoordelijkheid. Het benadrukken van deze keuze is nog lang niet uitgewerkt. Wel komen er nu steeds meer partijen op voor hun belangen.
    De aanpak eist ook een wetenschappelijke onderbouwing. Hierin spelen de briefings een grote rol. Het gaat er daarbij niet om de aanpak écht uit te leggen aan de burger. Dat is onmogelijk. Het is te ingewikkeld voor zowel politici als de burger om in een tijdspanne van een paar uur en slechts een zeer beperkt vragenrondje uit te leggen waar vele deskundigen mee bezig zijn. De briefing moet echter wel “openheid” en “deskundigheid” aan de burger tonen. Beide zijn essentieel voor het vertrouwen van de burger in het proces. Van Dissel speelde daar m.i. een heel goede rol in. De burger en ook de politici zullen er weinig van hebben begrepen, maar het schept wel vertrouwen in het proces. En dat is de doelstelling. Maar het toneelstukje van de briefing raakt aan het einde van het effect en vraagt om een nieuwe invulling. Het is communicatief gezien spannend welke soort opvolging er komt.
    De politici zijn de andere partij in dit proces. Daar staat ook saamhorigheid op het spel. Alweer een bijzondere eerste zet om de aanpak boven een echte politieke discussie uit te tillen: het aantrekken van een minister vanuit de oppositie. Een betere tegemoetkoming om een gezamenlijke koers uit te zetten voor het aanpakken van de crisis is er haast niet. In deze gehele context, met de burger als achterban, durven politici geen echte openbare discussie aan. Uit de vraagstelling van de politici blijken ze grotendeels maar één doel voor ogen te hebben: geen verlies bij de verkiezingen. Dus stel je vragen over “ouderen”, “overdracht op dieren”, “sectoren in het ondernemersveld”, al naar je politieke profiel. Voorlopig is er vrij grote eensgezindheid. Maar de verkiezingen zullen steeds meer een rol gaan spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.