Wanneer jij als overheid de buurt wil zien, moet de buurt jou zien

mmGeplaatst door

Dit is een verhaal over een verwaarloosde plek in Amsterdam rond een oud rioolgemaal annex transformatorhuis, een stinkende plaskrul en verwilderd openbaar groen. Een locatie, die we inmiddels samen met de buurt en de gemeente hebben omgetoverd in een prachtige ontmoetingsplek. In dit eerste deel van een tweeluik lees je hoe we dit ‘maatschappelijk initiatief’ samen met de buurt hebben aangepakt, hoe we de samenwerking met de gemeente hebben ervaren en natuurlijk wat we geleerd hebben in dit project.

Over welke plek gaat dit verhaal?

Op de hoek van de Amsterdamse Jan van Galenstraat en Mercatorstraat staat aan de rand van het Erasmuspark – enigszins verscholen onder de bomen – een prachtig onopvallend oud gebouw in de stijl van de Amsterdamse School.  Aan de buitenkant is aan niets te zien dat het gemaal in dit gebouw dagelijks duizenden liters afvalwater naar de waterzuivering pompt.

Buurtgenoten die het gebouwtje dagelijks passeerden konden het zich meestal niet voor de geest halen als we ernaar vroegen. De weinigen die dat wel konden hadden meestal geen idee wat de functie is van het bouwwerk. Als we spraken over de stinkende plaskrul naast het gemaal en het verwilderde openbaar groen er omheen wist iedereen wél meteen over welke locatie we het hadden. Dat geeft een goed beeld van de manier waarop de buurt de locatie beleefde.

En toen werd een renovatie aangekondigd …

Begin 2015 werd bekend dat Waternet  (eigenaar van het gemaal) en Liander (eigenaar van de transformator) het gebouw zouden gaan renoveren. Dat was voor Arnoud Hekkens en mij de aanleiding ons bezig te willen houden met de openbare ruimte rondom het gemaal.  Arnoud en ik hadden – los van elkaar – als betrokken buurtbewoners al meerdere bewonersinitiatieven uitgevoerd. We zagen een kans om van deze verwaarloosde openbare ruimte een aantrekkelijke locatie maken.

Het uiteindelijke resultaat van het project is de realisatie van een verblijfsplek voor de buurt met een prachtig uitzicht over het aangrenzende Erasmuspark, een regenbestendig plein met een groen dak en een watertrap dat het overtollige regenwater afvoert naar de ringgracht van het park.
Daarnaast heeft dit eerste maatschappelijk initiatief ook een aantal interessante leermomenten opgeleverd voor zowel de initiatiefnemers als de gemeente.

Samen met de buurt

Wat we vaak zien gebeuren is dat de gemeente een bewonersavond organiseert en dan een van achter de tekentafel gemaakt voorlopig ontwerp voorlegt. Daar mag de buurt dan ‘input’ op leveren. Als initiatiefnemers vinden wij het belangrijk dat we juist niet zelf bedenken wat er nodig is in een wijk. Wij willen dit altijd graag van de buurt zelf horen. De manier van communiceren met de buurt is bij deze ‘community design projecten’ totaal verschillend van die van een ‘gebruikelijk’ overheidstraject. Je richt het project op een andere manier in, het communicatieproces met de buurt gaat anders en de doorlooptijd van het project kan mogelijk langer zijn.

Om écht in contact te komen met de buurtbewoners en gebruikers van het gebied wilden we zo dicht mogelijk bij het project beschikbaar én zichtbaar zijn. Met de inzet van verschillende communicatiemiddelen op locatie, in de openbare ruimte en online hebben we een groot publiek kunnen bereiken. Het is eigenlijk heel eenvoudig;  wanneer jij de buurt wil zien, moet je er voor zorgen dat de buurt jou ziet. Idealiter richt je op de bewuste locatie een projectruimte in.

In het eerste deel van dit artikel zoomen we in op de eerste fase van dit project: de inventarisatie.

Zichtbaar aanwezig in de fietsenwinkel

Het toeval wilde dat op de andere hoek van de Jan van Galenstraat en de Mercatorstraat een voormalige fietsenwinkel leeg stond, die wij tegen een schappelijke huur mochten gebruiken als projectruimte. Vanuit deze locatie konden we goed observeren hoe en door wie de openbare ruimte en de plaskrul werden gebruikt.

Daaruit concludeerden we dat – hoewel de buurt de plaskrul graag kwijt wilde vanwege de stank – deze wel in een behoefte voorzag. Veel ambtenaren van de buitendienst en taxichauffeurs maakten intensief gebruik van de plaskrul – iets wat binnen de gemeente bij de meeste ambtenaren niet bekend was. Hier kom je écht alleen achter door veel op de locatie aanwezig te zijn.

Met een bureau op de hoek ben je er natuurlijk nog niet. Je wil dat de buurt nieuwsgierig wordt en écht in contact komen met de bewoners en gebruikers. Een van de manieren waarop wij de nieuwsgierigheid hebben geprikkeld is door oude foto’s van het gemaal en het Erasmuspark op posterformaat op de etalageruit te hangen. De foto’s waren voor – veelal de wat oudere bewoners – aanleiding om te stoppen en ons verhalen over vroeger te vertellen. Voor ons leerzaam en meteen een moment om daarna over het project te vertellen en hen uit te nodigen met ideeën te komen.

   

Daarnaast waren er twee keer per week ‘inloopmiddagen’ voor bewoners en gebruikers om ideeën uit te wisselen of om te praten over de buurt. Hoe beleven zij de buurt? Welke wensen hebben zij – voor het gemaal of in het algemeen? Om maximale aanwezigheid te creëren gebruikten we de fietsenwinkel ook vaak als onze werkplek voor andere projecten, waarbij de deur vanzelfsprekend altijd open stond voor de buurt.

Open dagen en exposities buiten

In de inventarisatiefase hebben we drie initiatieven genomen rondom het gemaal om in contact te komen met de buurt.

Als kick-off van het project hebben we een open dag georganiseerd van het gemaal. Zoals gezegd valt het gemaal – een bouwwerk zonder ramen en een betonnen plaat aan de achterzijde – nauwelijks op. De verrassing was dan ook groot voor de buurtbewoners toen ze binnen – diep onder de grond – twee enorme pompen zagen en hoorden. De open dag was het eerste contactmoment met de buurt om ze te vertellen over het project en ze uit te nodigen met ideeën te komen.

Naast de open dag hebben we buiten twee exposities georganiseerd. Waternet had een afspraak gemaakt met Centercom dat buitenreclamecampagnes verzorgt. Het bureau mocht op het gemaal reclameposters ophangen op voorwaarde dat zij het gemaal vrij zouden houden van graffiti. Centercom heeft ons op zijn beurt deze ruimte – in totaal dertien frames – in bruikleen gegeven voor een expositie in de publieke ruimte.

   
Voor de eerste expositie – ‘I love Erasmuspark’ – heeft een fotograaf de gebruikers van het Erasmuspark geportretteerd. De officiële opening van deze expositie was weer een mooi contactmoment met de buurt. En ook tijdens deze dag stonden de deuren van het gemaal open.

In de maand daarna wist een aanzienlijke groep bewoners en gebruikers ons te vinden met uiteenlopende ideeën en suggesties. Die zijn door een ontwerper vertaald naar aansprekende beelden en in de frames op het gemaal geëxposeerd. Aan de ene kant om te laten zien dat de reeds verzamelde input daadwerkelijk werd gebruikt en aan de andere kant om anderen te inspireren met nog meer ideeën te komen.

      

De opening van deze expositie was het laatste officiële contactmoment in de buurt.
Niet veel later is de inventarisatiefase afgerond en de fietsenwinkel verlaten.

Online zichtbaarheid

Nog voordat we in de fietsenwinkel trokken stond de Facebookpagina ‘Gemaal Mercator’ al online. We wilden hiermee zo snel mogelijk een community vormen van buurtbewoners die mee wilden denken en ook om – in een later stadium – feedback te krijgen op de plannen. Social media staat immers bekend om ‘kritische’ gebruikers met een duidelijke mening over nieuwe plannen.

Er zijn meerdere redenen om Facebook in te zetten als communicatiemiddel voor het project:

  • Het is een makkelijke manier om ontwikkelingen en gebeurtenissen rondom het plein te delen;
  • De snelheid waarop je feedback krijgt op ideeën en ontwerpen is prettig, ook om te peilen of je nog op de juiste weg zit. In geval van kritiek kun je ook snel in gesprek gaan met de betreffende persoon over zijn/haar bezwaren en proberen deze kritiek mee te nemen in de plannen of misverstanden weg te nemen;
  • Facebook is ideaal om de aansprekende beelden rond exposities, open dagen en ontwerpen te delen. Beelden die zorgen voor interactie met een groter publiek – zeker wanneer deze content ook breder gedeeld wordt dan via de eigen Facebookpagina;
  • Discussies die ontstaan als gevolg van het plaatsen van gerelateerde content als oude foto’s, verhalen en nieuws leveren vaak indirect ook interessante inzichten en suggesties op;
  • Door open te communiceren en converseren over de voortgang en het proces neem je een deel van de argwaan weg en stel je betrokken bewoners in staat om op elk moment kritische vragen te stellen.

Maar niet alleen online!

Uitsluitend online communiceren is geen optie voor de gemeente. Iedereen moet in de gelegenheid gesteld worden zijn mening te geven. Daarom blijven bewonersavonden nodig, net als het uitnodigen van de hele buurt met bijvoorbeeld een bewonersbrief. Al mag je je wel serieus afvragen of die het gewenste effect bereiken en of je als gemeente niet op andere manieren moet werken aan een betere zichtbaarheid en beschikbaarheid.

Voor één van de exposities hebben we, in het kader van een zo’n groot mogelijk bereik, in de Mercatorstraat geëxperimenteerd met het traditionele huis-aan-huis flyeren. Daarbij liepen wij al gauw aan tegen het ‘NEE-NEE sticker dilemma’.
Als gemeente mag je die stickers negeren wanneer je de brief richt aan ‘de bewoners van dit pand’, maar wat op het moment dat je als bewoner iets leuks te melden hebt of iemand wil oproepen mee te doen aan een initiatief? Ben je dan reclame aan het maken of mag je als initiatiefnemer deze sticker negeren onder het participatiemotto ‘iedereen moet meedoen’?

Wat maakt een community design project nu anders?

In hoeverre verschilt deze aanpak nu van de wijze waarop de overheid gebruikelijk communiceert?

Zichtbaarheid en beschikbaarheid

Een van de grootste verschillen is dat wij beter zichtbaar en meer beschikbaar waren dan gebruikelijk is bij projecten in de openbare ruimte. Het is aan de overheid om meer te investeren in tijd en capaciteit.

Flexibiliteit

Het tweekoppige projectteam van ‘Gemaal Mercator’ is vanzelfsprekend veel flexibeler dan de veelkoppige hiërarchische organisatie van de gemeente. Als duo kun je veel makkelijker en sneller schakelen en je plannen, proces en werkwijze aanpassen. Het is het overwegen waard om binnen de overheid vaker te werken in kleinere teams met beslissingsbevoegdheid, zeker wanneer die overheid projecten voor / met burgers uitvoert.

Snelheid

Mede door optimaal gebruik te maken van online media waren wij in staat om snel te communiceren, meningen te peilen, ideeën op te halen of in gesprek te gaan met de buurt. Iets waar de gemeente al in een vroeg stadium veel meer gebruik van zou moeten maken, mits goed ingezet.

Als de buurt pas tijdens een bewonersavond op een presentatie mag reageren op een voorlopig ontwerp, is dat in grote lijnen vaak al definitief en is er weinig ruimte voor het inbrengen van eigen wensen en ideeën. Bovendien is het feit dat de bewoners niet gehoord zijn voor hen vaak al genoeg reden om kritiek te hebben op het plan, nog los van de inhoud. Dat kun je eenvoudig voorkomen door in een vroeg stadium het proces te delen – los van de vraag of je élk ontwerp met de buurt moet uitvoeren. Als je het niet uitvoert, moet je als gemeente wel duidelijk communiceren waaróm je het niet uitvoert, zonder toelichting demotiveer je bewoners om een volgende keer weer een bijdrage te leveren aan het ontwerpproces.

Tot slot; hoe werd dit project eigenlijk gefinancierd?

De eerste fase van dit buurtinitiatief is bekostigd door de gemeente Amsterdam, Waternet en Liander. Van dit budget is de huur van de fietsenwinkel betaald en de kosten voor de exposities. Arnoud en ik hebben – als buurtbewoners, initiatiefnemers én professionals – een maatschappelijke vergoeding ontvangen voor de projectleiding en -coördinatie van gemaal Mercatorstraat.

Het ontwerp en de realisatie zijn als eerste ‘maatschappelijk initiatief’ volledig door de gemeente gefinancierd. Meer informatie over het maatschappelijk initiatief vind je op de website van de gemeente Amsterdam – toegegeven dat het niet de meest informatieve pagina van de gemeente is 😉

Volgende week verschijnt het tweede deel van dit tweeluik over het eerste maatschappelijke initiatief van Amsterdam – Gemaal Mercator waarbij een andere vorm van participeren ook een ‘eigen-wijze’  manier van communiceren tot gevolg heeft.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.