Foto artikel 13 september 2018 #overheidincontact

Participatie stimuleren door in te spelen op betrokkenheidsprofielen – een verkenning

mmGeplaatst door

Het lukt niet (altijd) om inwoners echt te betrekken bij het ontwikkelen van beleid en uitvoeren van projecten die invloed hebben op hun directe leefomgeving. Is dat een gebrek aan interesse bij inwoners of lukt het de gemeenten niet de juiste snaar te raken en inwoners te activeren? De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Hogeschool Utrecht en Citisens onderzoeken samen of je inwoners met verschillende ‘betrokkenheidsprofielen’ anders kunt benaderen en welk effect dat heeft. Dat doen we onder andere door dit in twee gemeenten te testen. In dit artikel vertel ik je meer over de verschillende betrokkenheidsprofielen. Later komen we graag bij je terug met de eerste resultaten. 

Betrokkenheid als piramide

Om te beginnen wat gezond realisme. Want betrokkenheid is als een piramide: van de hoogste betrokkenheid is er het minst, en van de laagste betrokkenheid het meest. Dat wil zeggen: de meeste inwoners zijn het minst betrokken en de minste inwoners tonen de meeste betrokkenheid (Rosenblatt, 2010). Dat vooral de usual suspects naar informatie- en inspraakavonden komen hoeft dus niet te verbazen en ook die groep verdient waardering. Daarnaast heeft ook de betrokkenheid onderin de piramide waarde.

Betrokkenheidspiramide Rosenblatt
Rosenblatt, G. (2010). The engagement pyramid: Six levels of connecting people and social change

Met dit realisme als uitgangspunt is er nog wel beweging te creëren in de piramide. Door bijvoorbeeld eens een ander middel in te zetten dan de ‘geijkte’ inloopavond, of een andere communicatiestijl toe te passen dan normaliter gebeurt. Wat let gemeenten om te variëren in de ingezette strategie zodat je eens wat andere mensen in die ‘top’ van de piramide tegenkomt? Goede kans dat een ander (digitaal) middel en een andere (persoonlijke) communicatiestijl meer en ook andere inwoners aanspreekt, waardoor gemeenten de betrokkenheid kunnen benutten die anders zou blijven liggen. Ook naar laagdrempelige vormen van betrokkenheid, bijvoorbeeld van inwoners via een online kanaal –zoals het lezen van een bericht en het liken of delen ervan– mag best meer aandacht gaan. Lees hierover bijvoorbeeld ook het artikel dat mijn collega Christine Bleijenberg van de Hogeschool Utrecht eerder schreef op dit platform over het betrekken van de unusual suspects.

Betrokkenheidsprofielen

Als gemeenten met meer en ook meer verschillende inwoners in contact willen komen, is de one size fits all benadering lang niet altijd effectief. De Commissie Wallage concludeerde in 2001 al dat er verschillende burgerschapsstijlen bestaan (zie de beschrijving van deze vier burgerschapsstijlen (pdf) op rijksoverheid.nl).

Maar welke burgerschapsprofielen zijn er in Nederland te onderscheiden anno 2018? En op welke manier kunnen gemeenten de burgers afhankelijk van hun profiel het best aanspreken om ze te betrekken bij hun directe leefomgeving? Naar aanleiding van deze vragen ontwikkelde Citisens acht betrokkenheidsprofielen voor Nederlandse huishoudens. Het Citisensmodel is een verrijking van de klantsegmentatie van Whooz die alle huishoudens in Nederland classificeert in vijftig subprofielen, op basis van demografische, huishouden-, buurt- en leefstijlkenmerken. Het nieuwe model voegt hier op basis van een eigen panelonderzoek onder ruim 10.000 Nederlanders ruim twintig kenmerken aan toe die samen het specifieke betrokkenheidsprofiel van inwoners bepalen. Belangrijke kenmerken zijn:

  • Basisvertrouwen en -betrokkenheid
    Vertrouwen in zelf, gezondheid, vertrouwen in instituties, vertrouwen in gemeente, algemene betrokkenheid
  • Algemene kenmerken
    Leeftijd, levensfase, opleiding, welstand, stedelijkheid
  • Betrokkenheid op bepaalde schaal
    Straat-buurt-wijk, dorp-stad-gemeente, regio, landelijk, internationaal
  • Concrete betrokkenheidsacties
    Politieke actie, maatschappelijke actie
  • Mediagebruik en nieuws
    Online nieuws volgen, meerdere keren nieuws per dag
  • Waarden en interesse
    Conservatief, progressief

De combinatie van deze kenmerken levert een segmentatie in acht betrokkenheidsprofielen op: van Kritische Veranderaars en Zelfbewuste Aanpakkers tot Zorgzame Senioren. Hieronder is te zien hoe – langs de assen ‘vertrouwen in gemeente’ en ‘algemene betrokkenheid’ – de Nederlandse bevolking is in te delen in acht betrokkenheidsprofielen:

Betrokkenheidsprofielen

Een korte typering per profiel:

  • Kritische Vernieuwers (7%)
    “Wij denken vooruit”
    Geïnformeerd, mondiaal betrokken en kritisch.
  • Stadse Nomaden (11%)
    “Loopt prima zo”
    Zelfredzaam, zorgeloos, betrokken als ze er zin in hebben.
  • Geïnformeerde gezinsdrukte (15%)
    “Druk met het gezin”
    De wil om mee te doen is er, maar de prioriteit ligt nu anders.
  • Gevestigde beïnvloeders (19%)
    “Ik ken de wegen”
    In contact met bestuurders en sleutelfiguren om op te komen voor het eigen en algemeen belang.
  • Zelfbewuste aanpakkers (16%)
    “Wij doen het zelf”
    Niet uitgaan van overheid of instanties die alles doen, maar zelf in actie komen.
  • Zorgzame senioren (6%)
    “Wat ik nog kan, doe ik”
    Welwillend, plichtsgetrouw, maar gericht op eigen, kleine leefwereld. Soms beperkt om mee te doen.
  • Honkvaste buurtbewoners (16%)
    “Het is wat het is”
    Geen gevoel van invloed in bredere context. Wél betrokken in vrijwilligerswerk.
  • Eigengereide digitalen (9%)
    “Wij krijgen geen invloed”
    Voelen zich niet vertegenwoordigd of zelfs genegeerd. Vooral gericht op eigen (online) kring.

Verschillende groepen zijn letterlijk te lokaliseren doordat het model een koppeling legt met postcodes. Door de samenstelling van de bevolking in een kleurenkaart weer te geven, is in één oogopslag te zien hoe en waar de profielen in een gemeente zijn vertegenwoordigd:

Betrokkenheidsrofielen op de kaart

Experimenteren met communicatiestijlen en kanalen

Een betrokkenheidsprofiel zegt iets over de onderwerpen waarbij mensen wel en niet betrokken willen worden, door wie –door een gemeente bijvoorbeeld of juist door een buurtgenoot– en op welke manier. Dat betekent dat mensen met verschillende profielen ook op een andere manier benaderd moeten worden. Gemeenten worstelen bijvoorbeeld met de vraag hoe persoonlijk of onpersoonlijk en formeel of informeel zij hun inwoners moeten aanspreken (‘conversational human voice‘).

Of de aannames over het betrekken en benaderen van de betrokkenheidsprofielen kloppen en of we door deze kennis te benutten ook de unusual suspects  meer kunnen betrekken, onderzoeken we met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Hogeschool Utrecht en Citisens binnen een project, dat mede gefinancierd is door RAAK-SIA.  Binnen dit project wordt gewerkt aan een online interactief dashboard, waar gemeenten via een openbaar toegankelijke link kunnen zien welke profielen het meest aanwezig zijn in hun gemeente –simpelweg door hun gemeentenaam in te geven.

Een centrale vraag in het onderzoek is welke communicatiestijl het meest aansluit bij welke betrokkenheidsprofielen. Dit onderzoeken we in de gemeenten Overbetuwe en Utrecht die experimenteren met verschillende communicatiestijlen en kanalen voor verschillende betrokkenheidsprofielen binnen lopende projecten –oftewel ‘living labs‘. Op die manier willen we gemeenten concrete handvatten bieden voor op maat gemaakte communicatiestrategieën, rekening houdend met betrokkenheidsprofielen. De resultaten van deze onderzoeken delen we later dit jaar via dit platform.

Wil je graag in de herfst van 2018 bij de slotbijeenkomst van het project te zijn? Stuur dan een berichtje aan projectleider dr. Renée van Os (renee.vanos@han.nl).

En natuurlijk zijn we heel nieuwsgierig naar jouw ervaringen met het betrekken van inwoners op basis van verschillende kenmerken of profielen!

De Foto ‘Name that cup!’ is van Kira en gepubliceerd op Flickr | CC BY 2.0.

mm

Debra werkt als associate lector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Ze heeft een achtergrond in de academische wereld en werkt op dit moment aan het door RAAK-SIA gefinancierde project ‘betrokkenheidsprofielen en communicatiestrategie.’ Daarin wordt samen met Citisens, de Hogeschool Utrecht, de Hogeschool Rotterdam, Gemeente Overbetuwe en Gemeente Utrecht onderzocht hoe gemeenten inwoners meer kunnen betrekken bij hun directe leefomgeving door middel van betrokkenheidsprofielen en op maat gemaakte communicatiestrategieën.

6 reacties

  1. Mooie handvaten, dank voor het delen. Wat in mij opkomt is dat de medewerkers van de gemeente ook langs deze ‘meetlat’ kunnen om zo zelf te kunnen ervaren hoe het werkt. idem raadsleden. En zo eerder bereid zijn om deze kennis in te zetten.

  2. Ja, onder het Citisensmodel ligt de klantsegmentatie van Whooz, waarin alle huishoudens in Nederland op basis van demografische, huishouden-, buurt- en leefstijlkenmerken geclassificeerd worden in 50 subprofielen. Aan die gegevens is eigen panelonderzoek toegevoegd.

  3. Het blijft gaan over ”betrekken”. In dat kader zijn dit mooie handvatten. Maar we moeten door naar een volgende meta-stap: van Participatie naar Civil Society. Het bouwen van buurten, zelf-organisatiegraad versterken. Een aloude opbouwwerk wijsheid: met de organisatiegraad stijgt de (kwaliteit en representativiteit van) de respons. Meer investeren in bottom-up, minder in (de kwaliteit van) top down ophalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.